Dancing Queen

Alan Quireyns

Dancing queen / The Door 2013

Op blote voeten wandelt zij naar de deur en stopt. Met een vloeiende beweging laat zij haar hand op de deurklink vallen. De schoot klikt kort uit het slot, net niet lang genoeg om de kamerdeur te open. Na een tweede poging opent de deur op een kier, waarna zij hem verder open stampt met haar linkervoet. Gezwind stapt zij door de opening. Eénmaal over de drempel, begint zij met het zingen van een lied. Met een sierlijke beweging van haar rechterarm draait zij om haar as, waarna zij steun zoekt bij de muur. Met haar voet trapt zij de deur terug dicht. Onmiddellijk trekt zij haar schouders op en houdt zij met beide handen haar oren dicht. Er volgt een ingehouden klap, net niet luid genoeg om een opmerking te ontlokken. Het geluid verraadt de speelsheid van haar trap.

Terwijl je over een drempel stapt, vindt van de ene in de andere ruimte een verandering plaats.. De ene sociale situatie wordt gewisseld voor een andere. Het hoofd kijkt al in de richting van waar het lichaam naartoe wil. De hiel van een voet bevindt zich nog in wat wordt achtergelaten. Wij doen het tientallen keren, elke dag opnieuw. Wij staan er niet meer bij stil. Vooral in een huis dat wij goed kennen, lijkt het alsof het lichaam heeft opgeslagen hoe zich in elke ruimte te gedragen. Met een subtiele vanzelfsprekendheid beweegt het zich door de kamers en weet in welke ruimte wat wordt verwacht, welke regels er gelden, hoe het zich dient te gedragen. Aan dat lichaam kan een buitenstaander aflezen of iemand zich thuis voelt. Of iemand daar al eerder is geweest. Kamers, deuren, gangen en muren worden gebruikt om herinneringen en ervaringen te ordenen, bij te houden, of te vergeten. Er zijn kamers waar bezoekers mogen komen, waar je alleen kan zijn, die je deelt met het gezin. De regels verzin je zelf, in het hoofd iets makkelijker als in de werkelijkheid.

Het project “The Door” vertrekt van het gebruik van een deur

door een groep kinderen en hun begeleiders in het Simbahuis. Het biedt een bijzonder inzicht in het onmogelijke: een blik op de beide zijden van een deur. Twee opnames naast elkaar tonen in één beeld (split screen techniek) de meest centrale deur, de deur van de living die de leefruimte met de hal verbindt. De hal geeft toegang tot de voordeur, het toilet, de computerkamer en de trap naar de slaapkamers en de badkamer op de eerste verdieping. De werking in dit opvanghuis voor kinderen in een problematische opvoedingssituatie is vergelijkbaar met een normale gezinssituatie met gedragsregels, sociale relaties en structuur. Alleen zijn er meer kinderen, en lijkt de hal een ruimte te zijn waar de kinderen heel even helemaal alleen kunnen zijn.

Een hal is geen kamer op zich, maar eerder een plek waar mensen zich van de ene naar de andere ruimte begeven. Toch biedt een hal vaak de snelste en meest directe beschutting alvorens een andere ruimte te betreden, of wanneer men net een kamer verlaat. Het is een plek waar lichamelijke ongemakken worden verholpen, kleren worden rechtgetrokken en de keel nog even wordt geschraapt. Het is eveneens een plek waar ontlading kan plaatsvinden: een danspasje, een weerbarstig opgestoken middelvinger, een haastige handstand en een geënsceneerde vlucht. Deze momenten zijn kort, maar zeer intens en schijnen absoluut noodzakelijk te zijn.

“The Door” toont deze onbewaakte momenten, waardoor iets van de onderliggende motivaties en drijfveren van de kinderen, bewust of onbewust, zichtbaar aan de oppervlakte komen. De intensiteit van de verrassing kan niet geënsceneerd worden. Deze momenten tonen uitdrukkingen en gebaren die de toeschouwer doen graven naar wat zich daaronder bevindt. Het geposeerde, verwachte beeld daarentegen toont vaak een façade, een rol of personage waarin wij graag aan de buitenwereld verschijnen. Daar zijn wij ons bewust van de wereld rondom en wat deze van ons denkt.

Deze zoektocht naar manieren om de mens in een ongekunstelde, originele staat weer te geven, te onderzoeken naar wat zijn of haar drijfveren zijn en deze te tonen, staat centraal in het werk van videokunstenaar Ilke De Vries. Zij bedenkt en ontwikkelt werkwijzen om onbewaakte momenten voor haar camera te laten plaatsvinden. In “Expectations” (2007) plaatste zij achter de schuifdeuren van een lift in het Stedelijk Museum Amsterdam een enorm spiegel die de volledige opening vulde. De mensen die op deze verdieping uit de lift wilden stappen, botsten bijna letterlijk op tegen hun eigen spiegelbeeld. In de videofilm zien wij momenten van verrassing; een lachbui, een beschermend gebaar of een verlate herkenning. In “Survival of the Fittest” (2006) worden verschillende mensen gevraagd een ballon tot ontploffing te brengen voor de camera. De reactie wordt in de videofilm vertraagd weergegeven en toont heel mooi hoe een masker van berekening en verwachting langzaam verandert tot het krampachtig dichtknijpen van de ogen en verstarde mondhoeken wanneer de ballon ontploft. Ook deze film toont een situatie waarin de private reactie het overwint van het publieke vertoon. De persoon in de film is voor een fractie van een seconde enkel zichzelf.

Met haar werk komt Ilke De Vries zeer dicht bij de realiteit van hoe het leven zich aan ons voordoet. Door te focussen op onze drijfveren en motivaties, creëert ze beelden die een inzicht en een ander perspectief bieden aan een omgeving die zich elke dag rondom ons manifesteert. In “The Door” tonen de kinderen op een ontwapenende manier basale gedragingen die wij als volwassenen vaak uit het oog verliezen omdat wij gevangen zitten in een tredmolen van verplichtingen en verantwoordelijkheden. “The Door” laat een taal en een wereld zien die verbluffend eenvoudig lijkt, en waar tegelijkertijd een zweem van waarheid in doorsijpelt.

Alan Quireyns