Het socratisch gesprek

Richard Anthone

Interviews / Mijn plaats - Ma place 2001

Er is een duidelijk verschil in het gedrag van de jongeren van ‘Centrum West’ in Molenbeek en die van ‘De Fabriek’ in Schaarbeek. Geen van de jongeren in Molenbeek wenst er te blijven wonen. Ze vinden Molenbeek vuil, de speelpleinen hebben er het karakter van een Kooi (zie interview met Khalid, 07/06/01) en er loopt crapuul rond. In hun bewoordingen blijkt een gevoel van onbehagen. Molenbeek kan metaforisch voorgesteld worden als een kooi. Het is opvallend hoe beide geïnterviewde jongeren verschillend reageren op dit beeld. Maar daarover straks meer.

Wat nog meer opvalt in de Molenbeekse groep is de hoge graad van individualiteit. Het is een groep die weet wat ze wil en die in een proces van zich-oprichten zitten. Ze richten zich op en kijken naar buiten, buiten de grenzen van hun plaats.

De jongeren van Schaarbeek daarentegen gedragen zich anders. Ze zijn homogener en hun blik is zeer strak op de eigen plaats gericht. Ze zijn zeer goed op de hoogte van het reilen en zeilen van hun eigen plaats, ze kennen de regels en keren zich af van alles wat niet tot hun plaats behoort. Hun blik is naar binnen gekeerd en ze zijn defensief ingesteld alsof ze zich aan het ingraven zijn.

Het contrast tussen beide groepen uit zich ook in de toekomstverwachtingen. Die van Molenbeek is expansief, hun interessegebieden gaan verder dan die van de eigen plaats. Hun houding is bevragend en ze menen dat de antwoorden buiten hun eigen vertrouwde plaats liggen. Daarentegen is het toekomstbeeld van de Schaarbeekse groep volledig in kaart gebracht en gedetermineerd1, ze bevat geen verassingen. Alles speelt zich af binnen de eigen plaats zelfs (zie het socratisch gesprek in ‘De Fabriek’ van 30/04/01 tot in de eeuwigheid.

Wat trouwens in beide groepen aanwezig is, maar dan vooral in de Schaarbeekse groep, zijn de kenmerken van culturele deprivatie2. Door het feit dat ze vanuit hun culturele omgeving (en daarmee wordt de totaliteit van die omgeving geschetst; dus buurt, school, ouders, vrienden etc.)weinig stimuli ontvangen om hun grenzen te verleggen en zowel intellectuele als andere uitdagingen aan te gaan, gaan ze zelden hogere studies aanvangen. Hun eventuele ambities worden nauwelijks vanuit hun directe omgeving aangemoedigd.

Hierna volgen de geselecteerde interviews van twee jongeren van Molenbeek (Centrum West). Ook hier is er een scherp contrast aanwezig. Bij Mohammed is er sprake van een soort American Dream verhaal. Voor zichzelf maakt hij een onderscheid tussen zijn plaats die Molenbeek heet en zijn ideale plaats die hij wenst te verwerven en die duidelijk buiten de gemeentegrenzen ligt. Hij wenst een plaats van vrijheid te verwerven en heeft die voor een stuk reeds verworven. Het feit dat hij zelf zijn school mocht kiezen en het feit dat hij ondanks een aanvankelijk negatief advies (hem werd het BSO geadviseerd) toch voor een ASO3 richting koos, wijzen daarop. De school is een vrijgeleide voor zijn ideale plaats en het te behalen diploma is daartoe een vrijkaart. Het is een soort American Dream-verhaal omdat hij de sociale kluisters waarin hij gevangen zit duidelijk wil los werpen in weerwil van het sociaal determinisme waartoe hij door zijn afkomst, veroordeeld is. De moeilijke strijd en de hindernissen die hij daarbij ondervindt behoren ook tot het verhaal. Schrijnend en zelfs wraakroepend is de houding van de school die een culturele co-educatie tegenwerkt door alle allochtone jongeren in dezelfde klas te zetten. Dit is een vorm van segregatie waardoor sociale en culturele emancipatie sterk wordt bemoeilijkt Hij is ook de enige die duidelijk te kennen gaf dat hij vrienden met jongeren van Belgische afkomst wenst.

Interessant is het belang dat Mohammed aan dromen hecht. Die dromen beheersen een ontzettend breed spectrum: van het feit dat hij ambassadeur wenst te worden of dat hij zich afvraagt hoe het zou zijn om koning te zijn tot het feit dat hij met een tijdmachine zou willen reizen en zich afvraagt hoe de piramides tot stand kwamen.

Het verhaal van Khalid is een ander verhaal. Waar het verhaal van Mohammed bewondering afdwingt, dwingt dat van Khalid respect af. Zijn motivatie om de plaats die hij kent te verlaten, voor een plaats daarbuiten, is een meer pragmatische: zijn plaats is vuil, het is een kooi en er loopt crapuul rond. Toch ervaart hij het niet als een gevangenis. Hij schikt zich daar ook in. Zijn plaats is een plaats waar veiligheid en orde moet heersen en waar iedereen zijn plaats kent. Dat geeft hij ook duidelijk aan. Binnen het gezin kent hij zijn plaats en aanvaardt die ook. Hij heeft er erg veel voor over. Zelfs zijn vader mag hem slaan als daarvoor een gegronde reden bestaat. Het is bij hem typisch dat hij maar voor twee dingen bang is: God en zijn vader. Zijn plaats is er één waar alles op een bepaalde manier hoort. Het is geen ideale plaats, maar een zeer sterk gestuurde en gecontroleerde plaats. Ook de manier hoe hij racisme ervaart bevestigt dit: mensen horen niet racist te zijn omdat er fundamenteel geen reden toe is en diegene die dat wel zijn, zijn dom. Zijn ganse houding getuigt van een sterk normbesef.

Niettegenstaande het georganiseerde beeld dat hij van zijn plaats ophangt, zijn er toch vonken van nieuwsgierigheid aanwezig, maar het is alsof hij die niet toelaat omdat, wederom, het niet op zijn plaats is.

1 Zie de opmerking ‘Les intello’s comme Polac n’ iront pas à la carrière d’affaires, ils vont travailler sur le chantier comme son père’ (de Nederlandstalige equivalent : ‘Wie als een dubbeltje is geboren, wordt nooit een kwartje’)

2 Term afstammend van Reuben Feuerstein die een onderscheid maakte tussen actieve en potentiële intelligentie. De actieve intelligentie – dus datgene wat men effectief presteert – is afhankelijk van de culturele stimuli die men ontvangt. Het is dus mogelijk dat mensen potentieel behoorlijk begaafd zijn, maar die dat nooit ontwikkeld hebben en daarom ‘ondermaats’ presteren’ waardoor ze ook als minder begaafd worden beschouwd. Feuerstein ontwikkelde daarom het IVP (Instrumenteel Verrijkingsprogramma) met als bedoeling die potentiële mogelijkheden te activeren. Zie steunpunt cognitieve leerbevordering en inclusie UIA, Dr. Jo Lebeer.

3 ASO staat voor Algemeen Secundair Onderwijs, TSO staat voor Technisch Secundair Onderwijs, BSO staat voor Beroeps Secundair Onderwijs.