Jongeren over intimiteit, sms’en en chatten

Jan Knops

Jongeren over intimiteit, sms’en en chatten / Messages 2005

Een interview met:  
T: Thomas Pardon, 14 jaar, 
L: Laura Beuckels, 15 jaar,
N: Neil Mahieu, 16 jaar. 
door:
Jan Knops 

Wat is intimiteit voor jullie?
T: Tout court, wat is intimiteit?
N: Is dat niet iets intiem of zo?
L: Intimiteit dat zijn je eigen privé-zaken. Iets dat privé is enkel voor jezelf. Je hebt zo twee manieren van intimiteit.
N: Ja.
L: Je hebt iets dat privé is van u, iets dat je niet wilt zeggen of iets dat tussen tweeën is of zo. Dat is intimiteit. Dan is er een andere intimiteit, die meer zo met …
N: …met seksueel contact te maken heeft, is het dat?
L: Ja.
T: Dat kun je toch niet via je gsm doen.
N: Nee. Maar als je op een dag een afspraak via sms maakt om elkaar te zien is dat wel intiem. Dan ga je dat niet aan een ander zeggen, allé, weet je wat, morgen dan…
L: Je hebt ook intieme berichten die naar een intieme afspraak verwijzen. Iedereen heeft dat toch al eens gedaan, zo’n bericht verstuurd.

Verstaan jullie hetzelfde onder intimiteit als Laura?
N: Ik ben niet zo verlegen, ik spreek over alles.
L: Ja, ja.
T: In het begin van een contact kun je toch niet zo open zijn.
N: Maar jawel.

Bestaat er dan geen intimiteit voor jou?
N: Voor sommige zaken die met familie te maken hebben wel, dan ga ik daar niet over spreken, maar anders…

Wanneer jullie sms’en of chatten geven jullie jezelf dan snel bloot aan anderen?
N: Ja.
T: Je gaat makkelijker woorden zoeken die je tegen iemand anders niet zou zeggen.

Kun je daar een voorbeeld van geven?
T: Tijdens het chatten kun je iemand al na twee of vijf minuten vragen, ‘Heb je een lief?’ Ik zie mij niet in het gewone leven al na vijf minuten aan Laura vragen (moest ik haar niet kennen), ‘Heb jij een lief?’
L: Ja, ik heb er één.
T: Ja, echt?
L: Ja.
T: Ah, ik wist dat nog niet… Maar ik heb die toch al een keer gezien.
L: Ja.
N: Ja, OK, daarover gaat het wel niet.
T: Nee dat klopt, het gaat over het voorbeeld.
N: Als je een persoon niet kent, dan ga je toch ook intieme vragen stellen. Bijvoorbeeld. Heb je al seksueel contact gehad? Ja, dat is privé, maar toch zou ik dat durven vragen, hoor.
L: Ja, je hebt het net gevraagd. 

Heeft dat voorbeeld met intimiteit te maken?
N: Ah, ja. Want sommige mensen zijn daar echt verlegen over.
L: Dat vraag je toch niet na vijf minuten, zeg.
N: Maar als je die persoon niet kent.
L: Wel ja, juist dan. Ik zou zo’n persoon blokkeren.

Jij begint het sms-contact met dat soort vragen te stellen?
N: Eigenlijk wel ja, want zo leer ik die persoon kennen. Als ik nu vraag ‘Heb jij al seksueel contact gehad’ en hij zegt ‘Ja, zoveel keer met die, en met die’, dan zeg ik aha, OK en ik blokkeer die persoon. Want hij gaat, als je hem leert kennen en er mee uitgaat, jou misschien wegsmijten en met een ander gaan of zo. Door intieme vragen te stellen, heb ik hem leren kennen.
L: ‘Als sommigen zo macho beginnen te doen over, ik heb dat en dat gedaan met die en die dan zoeken zij maar één ding, voor mij is dat duidelijk: block, delete.’
N: Welja, ik doe dat ook. Maar daarom dat je dat ook moet vragen, hè. Je gaat toch niet na een tijd zo…
L: Wel, ik doe dat zo, ik zeg dat niet direct.
T: Op zijn manier ga je mensen wel beter leren kennen op een kortere tijd.

Is dat zo, ga je mensen beter leren kennen op een kortere tijd?
N: Dat denk ik niet.
T: Ah, jawel.
N: Je kan die persoon niet zo in één of twee dagen leren kennen.
T: Nee, maar als je dat nu in tijd omzet. Je weet door te sms’en of te chatten al een heleboel van die persoon. En als je die dan gewoon ziet, ga je die wel beter leren kennen. Je kent die dan toch al.

Kan je iemand in de virtuele werkelijkheid sneller en beter leren kennen?
T: Ja, sneller wel, maar niet altijd beter.
N: Eigenlijk voor mij niet. Niet sneller, maar wel beter.
L: Dat hangt af van de situatie. Als hij in de klas zit en als ik zo even met hem heb gepraat, dan is het daarna geen probleem om die eerste stap te zetten. Om naar die persoon toe te gaan of zo. Wat ik wel vlug vraag is: mag ik je nummer?
N: Dat vraag ik niet vlug.
L: Ik heb daar geen moeite mee.
T: Als je het nummer na een week zou vragen, kan ik mij dat voorstellen.
N: Ja, na een week, maar niet direct na de eerste dag.
L: Ofwel vraag ik het aan iemand anders. Heb jij het nummer van hem?
T: En dat doe jij zo, ‘Hallo mag ik je telefoonnummer?’
L: Ik heb dat eens gedaan op een fuif.

Is mensen leren kennen in de virtuele wereld (sms’en of chatten) hetzelfde als in de echte wereld?
T: Als je mensen van de virtuele wereld daarbuiten leert kennen, als je die echt kan zien dan is dat wel iets anders dan een persoon die je nog nooit hebt gezien.

Moeten die twee werelden bij elkaar gebracht worden of kunnen ze afzonderlijk blijven bestaan?
N: Dat is niet noodzakelijk.
L: Dat hangt ervan af. Het is wel leuk.
T: Het is leuk als je iemand een keer hebt gezien, maar het is ook leuk dat je er een fantasiebeeld van kunt maken.
N: Ja.
L: Maar niet te lang. Na een tijdje vind ik het afgezaagd, en wil ik geen berichten meer versturen.
N: In sommige mensen heb je echt geen zin om ze in echt te zien. Je bent bang dat als je sommige mensen waarmee je hebt ge-sms’t of ge-chat in het echt ziet, het niet meer zal gaan om met elkaar te praten. En dan is het beter dat je blijft sms’en.’

Enerzijds leer je elkaar beter kennen door te sms’en, je laat meer van je intimiteit zien, je geeft je meer bloot. Anderzijds zeggen jullie, als ik die persoon in het echt zou zien, dan zou de relatie die ik virtueel heb, verstoord kunnen worden. Het zou verstandiger zijn om die persoon in het echt niet te ontmoeten.
T: Het valt te bezien. Ik bedoel, als jij die persoon tof vindt, en hij vindt jou ook tof, dan is er geen probleem. Maar bijvoorbeeld, ik ben Afrikaan, het kan zijn dat de persoon waarmee ik sms daar een probleem van maakt omdat sommige mensen tegen Afrikanen zijn. Ik heb een vriend die redelijk racistisch is over Marokkanen. Indien hij zou sms’en of chatten met een Marokkaans meisje en hij zou er achter komen dat zij een Marokkaanse was, dan zou hij ondanks het feit dat het misschien een tof meisje was, geen afspraak met haar willen maken.

In die zin is de virtuele wereld voor jou een uitkomst. Je kunt je erin vrij uiten zonder dat je op voorhand gediscrimineerd wordt.
T: Ja, zonder dat je meteen bevooroordeeld wordt door sommige mensen.

Wat jullie vertellen is dat de twee werelden los van elkaar kunnen blijven bestaan. Is dat een manier om je fantasiebeeld in stand te houden?
T: Ja. Vroeger kwamen dat soort relaties veel minder voor. Sms’en en chatten is eigenlijk een relatie met iemand aangaan zonder seks te hebben. Je kunt je eigen beelden van de ander creëren.
N: Maar je kunt er geen liefdesrelatie mee onderhouden. 
L: Nee, dat bedoelt hij ook niet. Hij maakt de vergelijking tussen personen die je nooit gaat zien en waarmee je blijft sms’en en personen waarmee je een liefdesrelatie zou willen beginnen. Die zul je toch eens moeten zien, omdat, allé, dat gaat moeilijk anders.

Wat je in feite zegt, is dat een seksuele relatie met de echte wereld heeft te maken. Tref je ook in de virtuele wereld essenties van het leven aan?
T: Ja, je komt daar bijvoorbeeld vriendschap tegen. Vriendschap is toch een essentie van het leven.

En die vriendschap kun je enkel virtueel onderhouden?
T: Dat kan virtueel.
N: Ja, dat kan, want ik ken iemand al één jaar door te sms’en. En ik heb die nog nooit gezien.

Een liefdesrelatie of een seksuele relatie kan niet virtueel, maar vriendschap kan wel virtueel?
N: Een virtuele liefdesrelatie, dat gaat echt niet. Want je hebt die persoon toch echt nodig als je daar verliefd op bent.
T: Het oog wil ook wat.

En een fantasiebeeld volstaat dan niet?
T: Bij vriendschap gaat dat bijvoorbeeld, maar niet bij een liefdesrelatie. Iedereen heeft zijn eigen smaak en misschien is het meisje achter het scherm totaal niet het beeld dat jij wil hebben.
L: En dan nog, je hebt daar geen gevoelens bij. Ik bedoel, je kan wel gevoelens krijgen via sms maar dat is na een maandje over. Als je een persoon niet ziet, als je die alleen sms’t, zou dat na een tijdje saai worden. Omdat je in een sms niet echt gevoelens kan verwoorden.
T: De persoon waarmee je sms’t, kan in het gewone leven evengoed nog een ander vriendje hebben, hè. Stel dat Neil met Laura aan het chatten was dan zou zij toch nog een vriendje kunnen hebben.
N: Pas op wat je zegt, hè.
T: Zij heeft buiten die virtuele relatie ook nog een andere relatie…

Kan dat?
L: Ja. Ik vind dat dat mag.
N: Maar ja, die virtuele persoon kan dat echt niet weten, hè.

Je hebt een relatie en je hebt ook nog een virtuele relatie. Is er dan geen sprake van ontrouw?
L: Dat is eigenlijk gewoon vriendschap, dat is meer spelen, dat is niet echt ontrouw.
N: Dat is spelen.

Sms’en en chatten is dus eigenlijk een beetje spelen? Het leven aftasten, uitzoeken wat kan en wat niet kan?
T: Ja.
L: Ja.
N: Eigenlijk wel, ja.

Stel nu, je hebt een virtuele relatie. En plotseling raak je verliefd op iemand. Blijft de virtuele relatie dan nog bestaan?
N: Ja, als dat geen liefdesrelatie is. Als je daar gewoon bevriend mee bent.
L: Dat hangt ervan af. Als ik echt gek ben op de jongen, dan niet.

Dan verdwijnt de virtuele relatie?
L: Ja, toch een tijdje. In het begin zeker. Je ziet maar één persoon op dat moment. Voor een echte relatie moet je elkaar kunnen zien.
N: Ja zeker.
T: Want, ja, zonder iemand te zien…

Kunnen jullie je voorstellen dat sommige mensen hun heil zoeken in virtuele relaties?
T: Ja, daarom zijn er ook veel mensen verslaafd aan sms’en en chatten. De meeste verslaafde mensen zijn mensen die zich niet zo goed kunnen uiten in de gewone wereld.
L: Ik kan mij ook goed in het gewone leven uitdrukken en toch ben ik verslaafd aan mijn gsm. Ik kan niet één dag zonder mijn gsm. Nee, ik word gek. Dan ben ik goed voor het gekkenhuis. Ik heb het één keer meegemaakt.
T: Ik bedoel te zeggen dat de meeste mensen die verslaafd zijn, of die rapper verslaafd worden, mensen zijn die in het gewone leven soms gepest worden. En met chatten of sms’en word je niet direct beoordeeld.
N: Ik begrijp niet wat je zegt.
T: Bijvoorbeeld, je hebt sommige mensen die zo gepest worden en bijna geen vrienden hebben, dat zij vriendschap in de virtuele wereld gaan zoeken.
N: Ja, dat is waar, zij willen getroost worden.

Zoeken jullie troost in de virtuele wereld?
L: Nee, voor mij is het meer, ik ben heel sociaal en ik vind het heel belangrijk om veel mensen te leren kennen.